Een verstuiking is een kneuzing van een gewricht met verrekking van de ligamenten. Soms zijn de ligamenten volledig gescheurd waardoor er een instabiliteit van het gewricht in kwestie ontstaat. Er zijn vele ligamenten in de hand, pols en vingers die gekwetst kunnen geraken. Twee heel frequente zijn:
Skiduim
SL (scafolunair) letsel
Skiduim
Een skiduim is niet onschuldig want een niet-behandelde skiduim kan leiden tot chronische instabiliteit, pijn, zwelling, krachtsvermindering en vroegtijdige artrose. De naam skiduim werd gekozen omdat dit het meest voorkomende letsel is in de bovenste ledematen bij skiërs, waarbij de duim blijft haken achter de skistok bij het vallen. Het kan ook ontstaan bij een gewone val waarbij de duim naar achter wordt gewrongen. Bij een skiduim is het ulnaire collaterale ligament van het MCP1 gewricht gekwetst. Bij een volledige scheur van dit ligament zal de duim zeer instabiel zijn.
In eerste instantie is pijnbestrijding nodig en moet het gewricht tot rust komen. Dit kan door een immobilisatie met gips of brace. Wanneer het ligament volledig gescheurd is zal de duim instabiel aanvoelen en weten we dat deze behandeling onvoldoende is. In dat geval zal er een operatie moeten plaatsvinden, binnen de 2 weken, om de gewrichtsband te herstellen. Nadien zal dan opnieuw een periode van enkele weken immobilisatie volgen.
SL (scafolunair) letsel
Het SL ligament is deel van een sterk complex dat een van de belangrijkste primaire stabilisatoren van de pols is. Bij een val op een gestrekte pols of bij een forse draaibeweging (bijvoorbeeld wanneer een boor blokkeert) kan dit ligament scheuren. Wanneer de cascade zicht verderzet kan de pols volledig ontwrichten.
In de acute fase na het trauma zijn de klachten niet altijd heel specifiek. Er is namelijk pijn, zwelling, verminderde mobiliteit en krachtsverlies. Het is de kunst om met een grondig klinisch onderzoek en nadien beeldvorming dit letsel te erkennen.
De gouden standaard in de diagnose van een scheur van dit ligament is de polsartroscopie (kijkoperatie) waarbij er directe visualisatie is van het ligament.
De behandeling is afhankelijk van patiënt tot patiënt. Het hangt af van de wensen, verwachtingen, graad van instabiliteit en de chroniciteit van het letsel. Er zijn daarboven enorm veel soorten chirurgische behandelingen. We zullen altijd trachten de anatomie te herstellen bij een operatie. Als dit chirurgisch-technisch niet meer volledig lukt zullen we trachten met een reconstructie een zo goed mogelijke functionaliteit te verkrijgen. Tot slot zijn er zogenaamde ‘salvage’ procedures in geval de situatie dermate chronisch geworden is dat er uiteindelijk artrose ontstaan is (zie ‘artrose’).