Een probleem met een pees heet een ‘tendinopathie’. Pezen zijn sterke vezels die je spieren verbinden met je botten. De pijn bij een acute overbelasting begint vaak met een tendinitis of peesontsteking. Er zijn verschillende soorten tendinopathieën in de hand- en polsregio.
Springvinger
De Quervain tendinopathie
Intersectie syndroom
Distaal intersectie syndroom
ECU tendinopathie
FCR tendinopathie
Springvinger
Een springvinger, of triggerfinger, is een veelvoorkomend probleem. We zien het vaker bij diabetici en patiënten met reuma. Bij een springvinger glijden de buigpezen niet meer soepel onder de ‘pulley’ of het bandje waar ze onderdoor lopen.
Stadia van een springvinger
Eerste Stadium: In het begin ervaart u voornamelijk pijn. Een klik kan sporadisch optreden, vaak 's ochtends.
Tweede Stadium: De blokkage of het klikkende gevoel komt vaker voor en is gemakkelijker op te wekken. De vinger kan nog zonder hulp terug rechtkomen.
Derde Stadium: De vinger kan alleen nog met hulp van de andere hand rechtkomen.
Behandelopties
Niet-operatief: Als de springvinger nog niet lang aanwezig is en de klachten mild zijn, kan een niet-operatieve aanpak geprobeerd worden. Dit kan bestaan uit ontstekingsremmende medicatie, massage, stretching of een cortisoneninjectie.
Operatief: Als de klachten langer aanhouden, wordt vaak een operatie aanbevolen. Hierbij wordt met een kleine incisie het tunneltje geopend door de pulley door te snijden.
De operatie
Ambulant en onder plaatselijke verdoving: U komt 's ochtends binnen en gaat vrij snel na de operatie weer naar huis.
De ingreep: Hiernaast vindt u een video van de operatie
Duur en nazorg: De operatie zelf duurt niet lang, maar het totale verblijf in het operatiekwartier kan enkele uren duren vanwege de voorbereiding en de nazorg. Als u zenuwachtig bent, kunt u dit aangeven zodat er eventueel iets gegeven kan worden om u te kalmeren.
Na de operatie
Pijn: U zult meestal weinig of geen pijn hebben na de operatie.
Vervolgafspraak: Op het dagverblijf ontvangt u de afspraak voor uw volgende controle.
Oefeningen: Het is belangrijk dat u meteen na de operatie begint met de oefeningen
De Quervain tendinopathie
Een Dequervain tendinitis is een ontsteking van de pezen aan de duimzijde van de pols. De strekpezen van de duim lopen thv de pols in een soort tunnel, de peesschede. Soms is hierin te weinig ruimte, waardoor de pezen geïrriteerd worden en pijn gaan geven. Dit geeft vooral pijn bij het wringen met de pols en het bewegen van de duim.
Eerst wordt geprobeerd dit probleem op te lossen zonder operatie. Zo kan soms eenmalig een spuitje cortisone worden gegeven. Lokaal behandelen met ijs en dwarse fricties kan ook verbetering geven. Als conservatieve middelen de ontsteking niet verhelpen, kan het nodig zijn om de pezen vrij te maken. Hiernaast ziet u een video van de ingreep.
De operatie gebeurt ambulant en onder plaatselijke verdoving. De operatie duurt niet zo lang. Het totale verblijf in het operatiekwartier kan wel een paar uur duren. Er is namelijk de voorbereiding en ook na de operatie wordt u nog even gevolgd. Via een kleine incisie worden de pezen vrijgemaakt. Na de operatie krijgt u een kleine spalk.
Op het dagverblijf wordt uw vervolgafspraak meegegeven. Het is noodzakelijk om zo snel mogelijk met de vingers te bewegen. Hiernaast ziet u de oefeningen die u dient te doen, ook met uw spalk aan. De eerste zorgen zullen door uw huisarts worden verschaft. Uw eerstvolgende afspraak op onze dienst is een vijftal dagen postoperatief. Uw spalk wordt dan verwijderd. Veertien dagen na de operatie zullen de draadjes worden verwijderd door uw huisarts.
Soms gebeurt het dat de duim en de wijsvinger na de operatie anders aanvoelen.
Dit gebeurt omdat we de gevoelszenuw naar deze twee vingers tijdens de operatie opzij moeten trekken. Dit is meestal een tijdelijk fenomeen.
Intersectie syndroom
Minder vaak voorkomend is een tendinopathie van het zogenaamde tweede extensorcompartiment. Vaak is dit het gevolg van herhaaldelijke bewegingen, zoals bijvoorbeeld bij roeien. Er is wrijving tussen de spierbuiken van de APL (duimabductor), en de EPB (korte duimstrekker) met de ECRB (polsstrekker). De pijn zit vaak iets meer naar de handrugzijde in vergelijking met De Quervain. De pijn wordt uitgelokt door de pols te strekken tegen weerstand. In eerste instantie wordt geprobeerd met ontstekingsremmers, kinesitherapie, een polsspalk en een infiltratie de klacht onder controle te krijgen. Bij onvoldoende resultaat zal een operatie voorgesteld worden om de pezen los te maken.
Distaal intersectie syndroom
Het zogenaamde distale intersectie syndroom is nog zeldzamer, maar komt nog wel voor bij reumapatiënten, drummers of bij uitoefenen van racketsporten. Soms komt ook voor na een niet-verplaatste polsbreuk (5%). Het is een tendinopathie van de strekpees van de duim (EPL) die wrijft met de ECRB en ECRL (polsstrekkers). Deze EPL pees heeft op de plaats waar hij onder het retinaculum (polsbandje) loopt weinig bloedvoorziening en is dus gevoeliger om te scheuren. Er wordt dus sneller overgegaan tot chirurgie, met name het vrijmaken van de EPL.
ECU tendinopathie
De extensor carpi ulnaris (ECU) pees loopt in een groeve en heeft een aparte ‘subsheath’ of peesschede die de pees stabiel houdt bij draaibewegingen van de onderarm. Bepaalde herhaaldelijke manoeuvres kunnen peesontsteking veroorzaken en in sommige gevallen de pees doen verspringen (luxeren) naar de andere kant van de pols. Deze peesontsteking en luxaties kunnen pijn en zwelling geven. De eerste behandeling is rusten, een polsspalk en ontstekingsremmers. Als er heel veel ontsteking is kan een cortisoneninfiltratie helpen. De operatieve behandeling kan bestaan uit het bevrijden van de ECU pees bij ontsteking of het herstellen of reconstrueren van de subsheath bij luxaties.
FCR tendinopathie
De flexor carpi radialis (FCR) pees ligt in tegenstelling tot alle bovenstaande pezen aan de volaire zijde (voorzijde) van de pols. De pees loopt in een nauwe tunnel in de pols. Vaak is een FCR tendinopathie het gevolg van artrose (kraakbeenschade) aan een van de polsgewrichten (STT gewricht). Hierdoor ontstaan er botuitsteeksels (osteofyten) of ontsteking (artritis) die de FCR pees kunnen aantasten. Ook hier bestaat de eerste behandeling uit rusten, een polsspalk en ontstekingsremmers. Een cortisoneninfiltratie is mogelijk, maar de definitieve behandeling is het bevrijden van de pees en het oplossen van het onderliggend probleem.